PDBeH tekst zeegroen 924x53

van schiphol naar curitiba met inzet300x378Verslag van onze correspondent Nina Jurna uit Rio de Janeiro

Jacqueline was bijna 7 jaar oud toen ze met een leeg pannetje in haar hand bij de buren aanklopte.
'Buurvrouw Neginha, ik wil eten!' riep ze en sloeg met haar vuistjes op de bodem van de pan.
De buurvrouw kwam dan naar buiten en schepte de pan vol eten.
"Pas goed op je zusjes" riep ze het broodmagere buurmeisje nog na.

Nu geniet Jacqueline (27) een mooie jonge vrouw, lange donkere krullen, grote  sprekende ogen, in een  lunchroom in Rio van een groot stuk taart en een glas vers vruchtensap.

Samen met haar twee jongere zusjes Kelly (24) en Carola (22) is ze voor het eerst terug in Brazilië.
Ze werden achtereenvolgens in 1988, 1991 en 1993 geboren in de zuidoostelijke stad Curitiba, en woonden daar tot ze in 1995 werden geadopteerd door het Nederlands echtpaar Monica en Jack Alblas uit Den Haag.

"We woonden in een favela, een sloppenwijk. Onze biologische moeder, Maria Luiza Gonçalvez, zwierf veel op straat.
Ze was verslaafd aan drank en drugs en liet ons vaak alleen. Ik herinner me dat ik voor mijn zusjes zorgde als zij er niet was.
Maria liet ons steeds vaker alleen achter en uiteindelijk ging het helemaal mis.
We werden op een dag opgehaald door de Braziliaanse kinderbescherming en naar een tehuis gebracht."

Jacqueline vertelt het verhaal met tussenpozen. Ze zoekt naar woorden. Soms vult zus Kelly aan of helpt moeder Monica.
Carola, de jongste, blijft stil. De eerst pijnlijke levensjaren van de drie zusjes zitten vol vraagtekens.

In de periode dat Monica en Jack naar Curitiba vlogen om hun dochters uit het kindertehuis op te halen was Brazilië al over het hoogtepunt van de adoptiegolf heen. Officiële cijfers zijn er niet, maar volgens schattingen ligt het aantal tussen 1980 en 1995 naar het buitenland geadopteerde Braziliaanse kinderen rond de 30.000 tot 40.000.
Gemiddeld zeven kinderen per dag vlogen met hun nieuwe Europese, Amerikaanse of IsraelischeIsraëlische ouders naar toekomstige thuislanden.
Adoptie in Brazilië was booming.
Het verschil tussen arm en rijk was onder het dictatoriale regime toegenomen, en een diepe economische crisis dreef Brazilië verder naar de afgrond.
Door een massale trek van het arme noordoosten naar de grote zuidelijke steden Rio de Janeiro en São Paulo waren sloppenwijken ontstaan, die verder uit hun voegen groeiden.
Ondertussen bleef de invloedrijke katholieke kerk maar hameren op gezinsuitbreiding en waren voorbehoedsmiddelen verboden.
Het resulteerde in overvolle tehuizen, een leger van straatkinderen en onmenselijke thuissituaties, zoals bij Jacqueline en haar zusjes.
Tegelijkertijd was in Europa en Amerika een groeiende vraag naar buitenlandse adoptiekinderen.
Professor René Hoksbergen (74), als emeritus hoogleraar adoptie verbonden aan de Universiteit van Utrecht spreekt van de toentertijd overheersende, 'ijzersterke' lobby van adoptieouders.
"De moraal was: ouders hebben, hoe dan ook recht op kinderen en adoptie was iets goeds. Je hielp kinderen in arme landen, dat werd als iets heel nobels gezien.
Die gedachte kwam ook voort uit de hippie-achtige sfeer in die tijd.
Hoewel heel veel adoptieouders het fantastisch hebben gedaan was er nog veel te weinig/ geen oog voor de pas later bekende identiteits - en hechtingsproblemen waar vooral uit het buitenland geadopteerde kinderen last van hebben" zegt Hoksbergen telefonisch vanuit zijn woonplaats Soest.

Dat hun dochters ooit terug zouden willen naar Brazilië om hun biologische moeder te zoeken was iets waar Monica en Jack altijd rekening mee hielden.
De jongste, Carola, wilde als kleuter al naar Brazilië en riep tegen Monica: "Jij bent mijn echte moeder niet!"
Maar jarenlange zoektochten leverden niets op.
Tot er afgelopen januari plotseling een stroomversnelling kwam.
Eén van Braziliëe's grootste televisiezenders, Rede Record, zond een documentaire uit waarin meer dan dertig geadopteerde Braziliaanse kinderen uit Nederland hun verhaal vertelden.
In de documentaire werden oproepen gedaan, adoptiedocumenten belicht en foto's getoond: alles dat kon helpen bij de zoektocht.
Ook Jacqueline, Kelly en Carola waren op een winterse zaterdagochtend voor de opnames naar Amsterdam afgereisd.
Samen met andere geadopteerden, allemaal jonge mensen in de leeftijd van twintig tot halverwege de dertig, hadden de zusjes in dikke jassen door Amsterdam gelopen. Langs grachten en oude panden, want dat zijn beelden van Nederland waar televisiekijkend Brazilië van houdt.
Emotioneler werd het in de Braziliaanse kerk in Buitenveldert waar voorganger Marcos Viana hen had toegesproken in het Portugees.
"Ook al zijn jullie verbannen door jullie moeders en weggehaald uit Brazilië en spreken jullie je taal niet meer, jullie horen bij Brazilië. God zal helpen jullie familie te vinden", bad de voorganger.

De opnames van de dertig kinderen kwamen bij miljoenen Brazilianen de huiskamer binnen.
"Als het om buitenlandse adoptie gaat springt de Braziliaanse media er bovenop." zegt journaliste en presentatrice Vanessa Faro Soares stellig.
Haar eigen station, TV Tribuna uit de staat Sao Paulo, doet dat ook regelmatig.
"Als ik een geadopteerd kind kan interviewen uit Europa of Amerika, leg ik ander werk stil, maak ik onmiddellijk een persoonlijk interview en zend dat de hele dag uit."
Soares blikt terug op de afgelopen maanden: minstens vier geadopteerden interviewde ze.
Zo ook de Nederlandse stand-upcomedian Chris van der Ende (33) die als baby werd afgestaan door zijn biologische moeder en opgroeide in een Nederlands adoptiegezin in het Zuid Hollandse dorp de Lier.
Het materiaal werd dagen achterelkaar uitgezonden. Uiteindelijk melden zich twee tantes.
Van der Ende was onder de indruk van alle medewerking in Brazilië. "Wildvreemde mensen hielpen mee zoeken. Ik kreeg gratis hulp van advocaten en een medewerkster van het ziekenhuis heeft mijn dossier achterover gedrukt, zodat ik niet de langdurige weg van de bureaucratie hoefde te bewandelen.
Het lijkt wel alsof iedereen zich betrokken voelt bij dit onderwerp. Het verzachtte de pijn."
Adoptie is een geliefd thema in Brazilië. Grote entertainmentshows, zoals publiekstrekker 'de Domingo show' nodigen buitenlandse geadopteerden die op zoek zijn naar de biologische familie, uit in de studio.
Adoptie is ook een terugkerend thema in de dagelijkse en populaire telenovelas (soapseries).
In de afgelopen vier4 jaar waren er minstens drie van deze soapseries met een buitenlandse adoptie als belangrijk onderdeel van de plot.

Vanwaar al die aandacht? "We kampen met een schuldgevoel. We hebben een vreselijk, omvangrijk adoptieverleden waar jarenlang over gezwegen is en we schamen ons.
Er zijn tienduizenden Braziliaanse kinderen verdwenen naar het buitenland en ontworteld geraakt, hun taal en familie kwijt geraakt.
Als ik hun verhalen hoor doet mij dat pijn als Braziliaanse.
Als journalist probeer ik mijn steentje bij te dragen door er aandacht op te vestigen. Het zijn mijn landgenoten", zegt journaliste Soares.

Hoksbergen, die al jarenlang onderzoek doet naar adoptie vindt de schaamte van de Brazilianen over hun adoptieverleden terecht.
"Ze moeten alles in het werk stellen om deze geadopteerden te helpen met het vinden van hun biologische familie.
Ieder kind heeft er recht op om te weten waar het vandaan komt.
Buitenlandse adoptiekinderen moeten hun identiteit terug krijgen.
Het minste dat Brazilië kan doen is zich daarvoor ruimhartig en adequaat inzetten."

De omvang van buitenlandse adoptie is de laatste jaren voor de Brazilianen pas echt goed zichtbaar geworden.
Ook de waas van illegaliteit die er om heen hangt, wordt duidelijker.
Verhalen van Braziliaanse moeders van wie de kinderen uit ziekenhuizen zijn gestolen, duiken op.
Onvrijwillige adoptie, omdat er een lucratieve handel in zat en tussenpersonen er flink mee verdienden.

Rechtszaken tegen illegale adoptieorganisaties en ontmaskerde kinderhandelaren krijgen nu veel aandacht.
Namen van rechters en advocaten die waren omgekocht om procedures te versnellen worden bekend.
Op sociale media floreren online communities van biologische moeders die hun kinderen zoeken en omgekeerd.
"Dat we zoveel kinderen weg hebben laten gaan is pijnlijk. Het is een nationale wond," zegt Sonia Ligia, vrijwilligster bij de opsporingswebsite Projeto Ajuda Amiga.
Dagelijks zit ze achter de computer om oproepen van adoptiekinderen en biologische moeders te plaatsen en te helpen bij zoektochten.
"Ik zie dit als mijn bijdrage. Maar we moeten ook eerlijk zijn: veel kinderen hebben in die twintig jaar van omvangrijke buitenlandse adoptie ook een veel beter leven gekregen."

Zo kijken de drie zusjes Jacqueline, Kelly en Carola er nu, na twintig jaar Nederland, ook op terug.
Kelly, de middelste zegt: “ Ik ben blij dat we zijn geadopteerd. Wie weet wat er van ons terecht was gekomen als we in Brazilië waren gebleven?
Misschien zwierven we dan nu ook op straat. ‘’

Voor zover bekend, is hun adoptie destijds legaal gegaan.
Adoptieouders Monica en Jack waren zelfs verplicht om zes weken in Brazilië te blijven zodat de kinderen aan hen konden wennen, ze waren immers al wat ouder. Jacqueline herinnert zich dat goed: “Ér is toen ook met ons gepraat door de Braziliaanse maatschappelijk werkster, of we wel écht mee wilden naar Nederland met onze nieuwe ouders. Dat is ons expliciet gevraagd.’’

Dat tussen 1970 en 1995 het toezicht vanuit de overheid zwak was en de controle onvoldoende, bevestigt Ludmilla de Azevedo van de Juridische Staatscommissie voor Internationale Adoptie (CEJAI) .
"Dat kwam vooral doordat adoptie, ook buitenlandse , iets was dat zich per staat of per stad afspeelde. Vanuit de nationale overheid was er nauwelijks overzicht. Er zijn dan ook geen officiële landelijke statistieken.''
Pas begin jaren negentig greep de overheid in. Een nieuwe adoptiewet en de ondertekening van het Verdrag van Den Haag in 1993, maakte buitenlandse adoptie steeds moeilijker. In dit internationale adoptieverdrag, door Brazilië ondertekend, is vastgelegd dat alleen wanneer kinderen niet bij hun biologische familie kunnen opgroeien en er geen adoptie- of pleeggezin in eigen land gevonden kan worden, een kind mag worden geadopteerd door buitenlandse ouders.

"Die procedures worden nu al bijna tien jaar gevolgd. Buitenlandse adoptie komt nog maar weinig voor, en het gebeurt onder zeer strenge voorwaarden", aldus Azevedo. Gevolg is wel dat de kindertehuizen in Brazilië voller dan ooit zitten: vooran de bijna 45.000 kinderen in tehuizen zijn in het hele land niet meer dan een kleine 5000 Braziliaanse adoptiegezinnen beschikbaar.

Ook aan de Nederlandse kant was de adoptieregelgeving tot de jaren negentig stukken zwakker erkent professor Hoksbergen.
"Iedereen die dat wilde kon zich er mee bezig houden. Je had op een bepaald moment wel tien organisaties die bijvoorbeeld met adoptie uit Indonesië bezig waren. Controle was zoek. Er zijn voorbeelden van Nederlandse vrouwen die met een kussen onder hun kleding, zogenaamd zwanger, naar Brazilië afreisden, en dan terug kwamen met een baby."
Volgens Nederlandse statistieken zijn er tussen 1971 en 2000 iets minder dan 1300 Braziliaanse kinderen naar Nederland gekomen.
Maar de non-profit organisatie Pessoas Desaparecidas Brasil e Holanda (Verdwenen personen Brazilië en Nederland) denkt dat het aantal minstens acht keer hoger ligt.
Van alle adoptiedossiers van Braziliaans-Nederlands geadopteerden die de organisatie onder ogen krijgt is minstens tachtig procent vals of niet compleet volgens directeur Liza da Silva (30).
Onder haar leiding groeide de gelijknamige website en facebookpagina binnen korte tijd uit tot een toonaangevend opsporingskanaal voor geadopteerde Braziliaanse kinderen uit Nederland.
Da Silva, voormalig medewerker bij programma's als Spoorloos en Vermist, doet haar zoektochten met hulp van Braziliaanse organisaties, justitie, politie en via databases als het Braziliaanse bevolkingsregister.
Inmiddels heeft ze van 200 Braziliaanse geadopteerde kinderen de biologische familie kunnen op sporen.
"Het maakt me boos als ik zie hoeveel er met dossiers gesjoemeld is.
Er is destijds veel geld met adoptie verdiend, advocaten zijn omgekocht, geboorteaktes zijn vervalst, noem het maar op. Uiteindelijk zijn de adoptiekinderen de dupe want hoe begin je met zoeken als de informatie over jezelf al niet klopt?"
Haar organisatie is sterk groeiende doordat het FIOM (organisatie voor adoptie en afstammingszaken) al hun Braziliaanse zoektochten aan da Silva heeft overgedragen.
Da Silva’s eerste zoektocht ooit was die naar familie van haar eigen man, ook een geadopteerde Braziliaan.
"Toen we zijn biologische familie hadden gevonden wist ik: ik wil meer geadopteerden helpen", zegt ze enthousiast.
De inzet vanuit Brazilië komt volgens Da Silva voort uit de wens van het land het verleden af te sluiten.
En: "Familie is heilig voor Brazilianen. Ook al zijn deze kinderen in een andere cultuur opgegroeid en spreken ze geen Portugees meer, ze worden gezien als Brazilianen.
Dat geeft deze geadopteerde jongeren veel troost."

Vorige week stapten de drie zusjes samen met hun adoptieouders op het vliegtuig naar Brazilië. Na een intensieve media actie en hulp van Liza da Silva was er familie opgespoord.
Moeder Maria is helaas al negen jaar geleden overleden, ten onder gegaan aan het leven op straat.
Maar met andere familieleden, waaronder een broer, is nog genoeg op te bouwen.
En ook met hun oude buurvrouw Neginha, die nog altijd in dezelfde straat woont en de zusjes nooit is vergeten.
Eten hoeven ze haar niet meer te vragen. Maar hulp bij het completer maken van de puzzel van hun verleden kunnen ze zeker nog gebruiken.

Ga naar boven